donderdag 22 augustus 2019

CalaChamRock


Ik gok dat het ergens eind juni was. De exacte periode weet ik zo niet direct meer. Wat ik wel nog weet is dat ze opnieuw hondenweer voorspelden in Chamonix. Niet dat ik hier een hond mee wil beledigen, mijn excuses. De planning was alles kapot klimmen in Chamonix! Blijkbaar was onze aanwezigheid daar niet voor gewenst, de klimaatopwarming zorgt daar deze dagen wel voor.

Dit alles om te zeggen dat Chamonix nog even zal moeten wachten en we drogere oorden opzoeken. Ik en mijn Poolse vriend Philip sporen de Green Dragon, de naam van mijn wilde Kia Picanto, aan richting het verre Zuiden. Na een uitputtingsslag komen we aan aan de azuurblauwe kusten van de Calanques. De meteo is blijkbaar iets beter. Bij 30° gaan we de zuidwanden van de Paroi des Toits verkennen. Topidee. Geen idee wie daar op kwam... Al bij al een mooie sportklimsector met, zoals de naam doet vermoeden, gigantische daken. De voorarmen krijgen hun portie melkzuur goed te verwerken.

De dag erna besluiten we het toch iets avontuurlijker aan te doen. Een snelle zoektocht doet ons oog vallen de prachtige Traversee de la Commune. De aanloop over een nudistenstrand belooft de dag alleen nog maar beter te maken. Na enkele uren zwoegen komen we aan in het beloofde land. Spijtig genoeg had ik het uitzicht op het strand iets positiever voorgesteld. Maar het was een degelijke fossielenshow, dat wel. De 10 lengtes durende traversee werd toch net iets avontuurlijker dan geanticipeerd. Wie kent de vertaling van 'Boyaux'? Laten we zeggen dat het zeker niet betekent 'laten we rappellen boven een grot'. Aangekomen aan de befaamde boyaux passage eindigde de hakenlijn en leek de topo een rappel aan te geven. Na veel getwijfel en op en neer gaan, besloot ik toch de rappel boven een klotsende zee te wagen. Ik had namelijk nog de hoop een plateau links in de grot te bereiken. 20 meter lager en met de voeten bijna in de zee merk ik dat het hopeloos is. Daar hangen we dan te hangen met wat naakte fossielen in de achtergrond. Na wat gefoefel met prusiktouwtjes enzovoort werk ik me vloekend terug naar boven. Gelukkig had ik letterlijk en figuurlijk wel 'het licht' gezien in de grot. Blijkbaar is de vertaling van boyaux ingewanden. Met wat verbeelding stelt dat een buis voor. Met nog meer verbeelding een smalle 'tube' die toegang geeft tot de grot eronder. Dus speleo! We geraken waar we moeten zijn en werken de rest van de route rustig af.

Na nog enkele dagen bakken en braden blijkt het weer in Chamonix toch voor minimum één dag stabiel te worden. We werken nog wat multipitchen af in de prachtige Calanques D'en Vau en bestijgen de Green Dragon richting het centrum van het universum. Wijze les voor de rest van mijn alpiene carrière: na een week onweer moet je niet verwachten dat met één dag goed weer de routes in condities liggen. Wel zorgt die ene dag goed weer voor een extreem lawinerisico. Zo zien we zelfs vanuit de vallei enkele monsterlawines naar beneden komen. We besluiten dus iets 'risicoloos' te doen. Een mooi kort graatje op de Petite Vierge nabij de Torinohut maakt onze dag toch goed. Al is het stijgen van 0-3500m in een dag toch net iets teveel voor mijn rode bloedcellen. Een poging om nog een tweede top te doen wordt al snel gestaakt voordat ik naar het liftstation moet kruipen.
De volgende dagen klimmen we de rubber van onze zolen op de Aiguilles Rouges en hakken we rots aan flarden in 'The Zoo'. Het laatste gebied is één van bekendere drytool gebieden in Frankrijk. De gigantische overhangende wand vormt een formidabel speelterrein voor dagen met wat minder (lees episch onweer) weer. We sluiten de vakantie naar goede gewoonte af in de Poco Loco. Zo zie je maar dat met een beetje flexibiliteit je elke dag wel iets kan klimmen, ondanks het mindere weer. Back to Belgium!





donderdag 6 juni 2019

Tour du Mont Dolent

Zotte ideeën. De wereld zit er vol van. Wat zouden we zijn zonder. Twee werelden komen samen. De ervaring hemzelve, Bart van Broeckhoven, stuurt me, de rookie, een berichtje om te zien of ik interesse heb in een korte tourskitrip. Eventjes de verlofkalender checken, want zo gaat dat tegenwoordig als 30plusser.. Vier dagen moet wel lukken. Vier dagen, wat in hemelsnaam kan je doen op vier dagen. Veel zo blijkt.

Volledig tevreden en een beetje zenuwachtig dat ik eens met Bart mee mag gaan. Want ja, hij blijft een grote meneer met onder andere de Dru en Eiger Noordwand op zijn naam. Ik wordt dan ook bij hem thuis uitgenodigd voor een verkennend gesprek. We bespreken daar de politieke formaties die (on)mogelijk zijn. Oeps dat is de regeringsvorming. Foute topic. We bespreken welke zotte dingen we kunnen doen op vier dagen. Bart haalt uit zijn dozen ergens een magnifiek boek tevoorschijn. Ik voelde me als Merlijn die zijn grote toverboek voor het eerst kon inzien. De mooiste tourskitochten worden, in het ondertussenuit handel genomen, boek voorgesteld. Ons oog valt op de driedaagse 'Tour du Dolent'.

Een tweetal dagen later zitten we in de wagen richting Chamonix. De weersvoorspellingen beloven ons drie dagen stabiel weer zonder een wolkje aan de lucht. Na een eerste nacht in een gezellige Gite de Moulin vertrekken we richting de lift naar Grand Montets. Het moest toch wel lukken dat daar vorig jaar een brand was, waardoor we maximum tot op het middenstation geraken. Dat levert ons een mooie 600 hoogtemeters extra op. Vanuit Lognan dalen we deels af over de pistes om daarna de vellen op te gooien en te beginnen stijgen richting de Glacier d'Argentiere. Let the suffering begin.

Doorheen een adembenemend mooi blauwwit gletsjerlandschap bereiken we de voet van ons objectief van die dag, het bedwingen van de Col de Chardonnet. De lawinekegels rechts en links, de stukken seracblokken, het krakende gletsjerijs en de voorbijvliegende stenen herinneren ons eraan dat we in een wilder landschap zitten dan de schoonheid doet vermoeden. Van nu af concentratie tot we in de Bivak des Dorées aankomen. Het stijgen tot net boven de 3000m verloop rustig en gestaag. Eén keer krijg ik van Bart een lesje over klimethiek in de bergen en terecht. Eens op de col aangekomen wacht ons een pittige afdaling aan de andere zijde. De couloir naar beneden skiën in deze ijzige condities zorgt voor een gratis rollercoaster zonder vangnet. We besluiten dan ook de couloir via twee rappels naar beneden te gaan. Na de rappels worden we beloond door een droomafdaling in een ruw en desolaat landschap. Natuurlijk wou ik toch even een rollercoastereffect. Blijkbaar kunnen je skibindingen vol ijs geraken, en indien je dit niet opmerkt, merk je het wel bij de eerste bocht. Ik lag nog in de bocht, de ski's iets verder. Nadien dalen we zonder problemen af naar bivakhut die je alleen in je stoutste dromen tegenkomt. We kijken al even naar wat ons de volgende dag te wachten staat, slik. Ik hoop dat die couloir niet zo verijst is als we vanaf hier zien...

De dag begint vroeg. De uren sneeuw smelten van de vorige dag en een bizarre helikopterzoektocht hebben onze slaap niets ten goede gedaan. Al lang voor zonsopgang, dalen we af naar de Glacier de Saleina, om die vervolgens over steken en onze klim naar de Col de Grand Lui (3509m) aan te vatten. We beginnen stilaan te wennen aan de hoogte en onze longen nemen genoegen met wat minder zuurstof. De couloir die ons naar de col voert ligt er gelukkig beter bij dan we hadden voorspeld. We binden ons uit, nemen de ski's op de rug en beklimmen de +- 50° couloir voor een honderdtal meter solo. Zekeren had in dit terrein toch geen zin. Net voor de col bedwingen we een kort stukje mixed terrein om zo via de zuidkant af te dalen, waar ons wederom een droomafdaling te wachten staat. Ongeveer een 2000 hoogtemeters mogen we genieten van gemiddeld steil terrein tot in het dorpje La Fouly. Amaai men bovenbenen. Nu een avondje luxe!

De laatste dag wordt een binnenkopper. Een regel in het alpinisme, als je verwacht dat iets gemakkelijk wordt, krijg je het deksel op de neus. En zo geschiede het. We telden eens vluchtig het aantal te overbruggen kilometers na. 35 km, wat Dave? Ja Bart, 35 km. Waarvan 1000m stijgen en daarna nog een 15 tal km vlak terrein door Val Ferret om dan de lift naar Hellbronner te nemen en via de Vallée Noire naar Chamonix af te dalen. Niet vergeten dat we die dag nog terug naar België moeten rijden ook, slik. Ok, dat wordt opstaan om 3u. Gedaan avondje luxe...

Het avontuur begint pas echt. Het is maandag. Geen kat meer in de bergen, wel de sporadische alpenkraai. We beginnen de beklimming van Dotse (2492m). Ons Dotske noem ik haar al. Ook dat komt als een boomerang terug in mijn gezicht. Ze is iets kouder als ze eruit ziet. Gevolg is dat ze nogal vol ijs ligt, waardoor mijn vellen en zelfs messen niet goed pakken. Ik stijg drie passen en glij er minstens één terug naar beneden. De laatste paar honderd meters naar de top zijn we het beu, en binden we de ski's op de rug. Het vervolg naar de top verloopt op stijgijzers. Goede keuze zo blijkt. Vanaf het kruis dalen en stijgen we richting de Grand col Ferret (2537m). Vanaf daar wacht ons een helse afdaling naar Val Ferret. Steil en verijst terrein, waar elk foutje zeer pijnlijk afgestraft wordt. Laten we zeggen met een val van een kleine kilometer. Dat gaan we dus niet testen. We roetsjen ons met de ski's een weg naar beneden. Doel was eerder beneden 'geraken', en niet naar beneden 'skiën'. Als kers op de taart vergissen we ons tijdens de afdaling, waardoor we in een riviergeul terecht komen. Een soort halfpipe, met hoge flanken naast ons. Gelukkig is er weinig lawinegevaar, want dit is een echte lawineval. Een blik op de kaart baart ons wat zorgen. Het zou kunnen dat de rivier op een waterval uitkomt. En inderdaad we zien de helling wegduiken. Op kousenvoeten begeven we richting 'de rand'. Gelukkig was het gezichtsbedrog. Enkel een zeer steile helling scheidt ons tussen de berg en het dal. Zonder kleerscheuren beneden, oef.

Nu wacht ons nog het feestje van 15 km langlaufen op tourski's. Bart is duidelijk beter in dit soort terrein en met moeite kan ik hem bijhouden. Uitgeput kunnen we in de vroege namiddag de lift naar Hellbronner nemen. We besluiten de afdaling niet via de Vallée Blanche maar Vallée Noire te doen. Een aanrader. Zonder meer de mooiste afdaling in mijn leven, en dat op perfecte sneeuw doorheen een magnifiek landschap. Dit geeft ons hernieuwde energie die we gaan nodig hebben voor de terugrit. Zoals gewoonlijk nog eventjes een bezoekje aan het beste burgerrestaurant ter wereld, de Poco Loco, en dan de wagen in. Hop naar België, waar we nog lang gaan kunnen nazinderen van dit prachtig avontuur. Bedankt Bart! Zowel voor de trip, de topmomenten en de geweldige foto's.





woensdag 17 april 2019

Chamonix Mont Blanc Evasion



Het begint zo stilaan traditie te worden. Einde februari trekken we richting de Alpen, meer bepaald Saint-Gervais, Chamonix. De 'Green Dragon' wordt beladen. We vragen veel op zijn oude dag, maar hij staat ons toch nog toe één maal de beugels op te zetten. De groep blijkt ieder jaar te groeien. Naast Pieter en Marjolein die vorig jaar van de partij waren, verwelkomen we nu ook Eva en mijn broertje (ondertussen bijna 2m) Keanu.

Chamonix is voornamelijk bekend om zijn talloze offpiste mogelijkheden, en de niet zo beginnersvriendelijke hellingen. Maar wanneer je een beetje uitwijkt richting het domein van Mont Blanc Evasion kom je al snel in een veel toegankelijker gebied terecht.

Marjolein en Keanu nemen wijselijk wat lessen bij het ESF. De rest van de bende leeft zich ondertussen uit op de mooie en zonnige hellingen van het gebied. Saint-Gervais is zowat de uitvalsbasis, maar het volledige gebied strekt zich uit tot op de Contamine gletsjer met spectaculaire zichten en afdalingen.

Na enkele dagen gastronomisch en skitechnisch genieten, weet ik me er toch een dagje van onderuit te muizen. Sam die al eventjes zijn eigen stekje heeft in Chamonix wilt me een dagje vergezellen voor een van de bekendste freeride afdalingen in de Alpen: de mythische Vallée Blanche. Beladen met het nodige alpiene materiaal wurmen we ons een weg tussen de groepjes die met gidsen klaarstaan om hun geluk te beproeven op de afdaling.

Eventjes ter info de foto linksonder was genomen smorgens op 3800m in februari. En ok het was misschien voor de show, maar zelfs in bloot bovenlijf was het nog aangenaam warm. De nulgradengrens lag dan ook ver boven de vierduizend meter. Ach ja schijnbaar is die klimaatopwarming een uitvinding van de Chinezen he, nietwaar meneer Trump?

De afdaling zelf was spectaculair in een droomlandschap. Alle bekende toppen die snachts in mijn dromen verschijnen, kwamen stuk voor stuk voorbij. Hmm... hoeveel zou ik er in dit leven van kunnen beklimmen? Beneden aangekomen dalen we af met het treintje, vermits er niet voldoende sneeuw ligt om tot de vallei te skiën. 

De laatste dagen verlopen gemoedelijk en ik besluit nog een keertje mijn nieuwe Orb Freebirds te testen in een kleine aangeduide tourski nabij Saint-Gervais. Bij deze zit de trip er weer op en kan ik beginnen aftellen naar het volgende avontuur. Maar eerst nog: Tartiflet en burgers van de Poco Loco natuurlijk! 












dinsdag 19 februari 2019

Rjukan: Heavy Water Icefalls

Februari 1943, operatie Gunnerside gaat van start. Hitler staat op het punt zijn ultieme wapen te ontwikkelen, de atoombom. Hiermee zou hij de loop van de geschiedenis voorgoed veranderen. Cruciaal in de ontwikkeling van dat wapen is Zwaar Water, ofwel Deuterium, wat nodig is om een kernreactor te ontwikkelen. Deze substantie is een toevallig bijproduct van de meststoffen die ontwikkeld werden in de Hydro fabriek in Rjukan. Het was dan ook van extreem belang dat de geallieerden de ontwikkeling van die materie stopten. De Britten en Nooren slaan de handen in elkaar en bedenken één van de belangrijkste geheime missies van WOII, de sabotage van Hydro. Een team slaagde erin binnen te dringen en een bom te plaatsen. Hiervoor dienden ze in ware alpiene stijl een approach te doen vanaf de Hardangervidda op ski's, een diepe kloof te overwinnen, de sabotage uit te voeren en via dezelfde weg terug te ontsnappen. Dit speelde zich af in hartje winter. Een 76 jaar later staan wij waar zij stonden: in het dal van de kloof die Hydro verdedigt, met enkel imposante wanden en intimiderende ijswatervallen rondom ons.

Rjukan, ofwel het epicenter van ijsklimmen in Noorwegen, bereikten we na een 20 uur durende gezellige rit vanuit België. Met vijf in de wagen van Jan Vyncke lukte zonder al te veel problemen. En het is natuurlijk 'groener' en goedkoper dan vliegen. Het vijfkoppig team (Jan, Tim, Koen, Bert en ik) worden de dag erna nog vervoegd door ijsklimgoeroe Denis. Rjukan blijkt niet enkel het epicenter van ijsklimmen, maar ook van Britten, Polen en Belgen.

https://www.ukclimbing.com/articles/destinations/rjukan_-_an_ice_climbers_dream-152



Waarom Rjukan?

  1. Een stabiel koud klimaat (of werd ons toch beloofd) 
  2. Een 200 tal "World Class"watervallen in alle niveaus (maar het merendeel rondom WI4)
  3. Eens iets anders dan de Alpen

De eerste dag hakken we erin in het 'Ice Cragging' massiefje van Krokan. Een leuke kennismaking, maar veel te druk. Een standaard maandagavond in Stordeur is er niets tegen. Het team weet op deze eerste dag al wat potten (en gelukkig geen botten) te breken. Koen topt zijn allereerste M7-, Bert hakt erin en kopt zijn eerste WI5 binnen, en zelf ben ik fier mijn eerste WI4 op kop te doen.

De volgende drie dagen trekken we naar het beloofde land: de Upper Gorge. Deze vallei bezaaid met langere klassiekers deed ons bloed menig maal sneller slaan. De eerste dag kreeg ik sneeuwzwemles (de poeder was nog niet echt gestabiliseerd), gevolgd door enkele geweldige lengtes ijs en mixed in Blindtarmen (WI4). Denis neemt me de dag erna ook op sleeptouw in de uberklassieker Sabotorfossen (WI5), welke vernoemd is naar de sabotageactie. Al besluiten we bij het uittoppen van de route de fabriek maar niet te saboteren... Nog een leuke anekdote. Na Sabotorfossen hadden we nog wat tijd over, en samen met team Koen en Bert besloten we nog eventjes Vemorkfossen Vest (WI5) te herhalen. Ingebonden staan we klaar onder de waterval tot plots een vreemd geluid van bovenaf hoorbaar is. Water begint naar beneden te stromen en de ijsval verandert in een waterval! Een natuurlijke dam bovenaan was gesmolten. Gelukkig was Bert nog eventjes een kakje gaan doen, of we zaten met vier in een wel veel te koude douche... De derde dag doen we aan partnerruil en beleef ik een leuke dag met Koen op Trappfossen (WI4), waarbij we een geweldig uitzicht hebben op team Alfa (Denis en Bert) die, net zoals Jan en Tim, Juvsoyla WI6 weten te bedwingen. Enkele Chinezen of Japanners (Aziaten om zeker te zijn) hebben een geweldig filmpje over die route weten te maken.
https://www.youtube.com/watch?v=p6LbEORyKCQ

Temperaturen begonnen te stijgen. Tijd voor iets nieuws en onze stoute schoenen aan te trekken, of sneeuwschoenen in dit geval. We trekken met de groep richting Gaustatoppen. Een mythische berg bewaakt door Odin en zijn eeuwig blazende winden. Na een stevige approach, zeker voor Denis die geen sneeuwschoenen bijhad, bereikten we de mooi gelegen ijsvallen. Rechtstaan was nog net mogelijk, dus klimmen ook, niet? Na één route besluiten we ons toch gewonnen te geven. Damn you Odin!

Op onze laatste dag laten we de smeltende watervallen voor wat het geweest is en wagen we ons aan wat drytool in Krokan. Leuke lijnen en goed om onze techniek wat bij te schaven. Trots weet ik mijn eerste M6 en M5 al voorklimmend 'on sight' te toppen. Maar blijkbaar zijn het hier wat 'Kalymnos graden'. De Quarks hebben hun werk weer gedaan. Het sprookje is alweer voorbij. Maar nog niet helemaal, want een museumbezoek en een terugrit van 20 uur met vijf bezwete mannen staan ons nog te wachten. Laat dat misschien de crux van de vakantie zijn. Dit tripje heeft mijn liefde voor Noorwegen alleen maar vergroot. Lofoten next?

dinsdag 5 februari 2019

Ijsklimmen in België: Chanxhe




'Once upon a time there was an icefall in Belgium' 
Iedereen hoort wel eens een gefluister, een snel vervlogen woord. Enkele jaren geleden vernam ik geruchten over een mysterieuze ijswaterval die zich zo nu en dan vormt op Belgisch grondgebied. In mijn hoofd was het een soort mythe, een Yeti. Velen hebben het gefluister erover gehoord, maar weinige hebben hem echt gezien. Na wat onderzoek, en voornamelijk de teksten op de blog van JC Vittoz, bleek de mythe toch iets meer te zijn dan een 'urban legend'.
http://infos-escalade.blogspot.com/2018/12/cascades-de-glace-en-belgique.html

Sterker nog, de ijswaterval vormt zich frequent. De oude groevewand van Chanxhe is noordgericht en ligt wat verscholen in een toch wel idyllische vallei. Verwacht geen optimaal ijs, maar eerder ijs wat toelaat al naklimmend beklommen te worden. Een relais kan je boven maken aan één van de bomen (let op de wand is net iets meer dan 40m). Het gebied bestaat uit de 'hoofdwand' van een 100 tal meter lang en een vallei met kortere westgerichte ijsvallen tot 10m hoogte. Deze laatsten vormen zich zelden, enkel bij een extreem lange periode van stevige vriestemperaturen.

Wanneer maak je kans om 'goede' condities voor de hoofdwand aan te treffen? Eerst en vooral het is een ijswaterval die zich vormt door 'run-off water' en dus geen groot debiet (rivier) bezit. Er moet dus voldoende toevoer van water zijn. Je wilt dus gaan in een koude periode volgend op een lange natte periode (die de grond verzadigd met voldoende water). De temperaturen mogen niet te koud zijn, vermits die de aanvoer van het water blokkeren. Ideaal is een vries/dooisituatie. Koude nachten tussen -5/-10 en frisse dagen tussen 0/-3. Deze periode moet zich zeker een goede week aanhouden en dan kan je ijs verwachten tussen de 5 en 15 cm dik.

Met bovenstaande theorie, trok ik op goed gevoel samen met Vincent, Aga en Kiki, richting Luik. Die vrijdag was het al lichtjes aan het dooien en op zaterdag was regen voorspeld. Het was nu of terug een (hele) periode wachten. Onze moed zakte wat in de schoenen toen we onderweg in de wagen nergens nog ijs aantroffen naarmate we de bestemming naderden. Plannen voor een alternatieve wandeling werden al gemaakt. We reden een klein weggetje naar boven, wat ons onder de waterval zou moeten brengen. Ineens veranderde de atmosfeer. Het werd koeler. Het grauwe licht werd wat helderder. De grond wat ijziger. We draaiden met een bocht mee en daar was hij, de Yeti. Het mythische wezen dook op in al zijn pracht en praal. De ijswaterval was veel imposanter dan ik mij voor ogen had. Zijn schoonheid trof mij. Emoties en een beetje nederigheid zwollen op. De dooitemperaturen en de vallende ijspegels zaaiden ook wel wat onzekerheid. Het onbekende lonkte. We installeerden snel een relais bovenaan en besloten wegens een te kort touw (80m enkel) van bovenuit te zekeren. Op die manier bleef op zijn minst de zekeraar bespaard van een doorboring van een pegel.

Ik besluit ervoor te gaan. Onderaan de waterval visualiseer ik de weg die me het meeste uit de vallijn zou houden van de grootste pegels. Water stroomt achter het ijs. Geen goed teken. De dagen tot instorting zijn geteld, maar hopelijk niet vandaag. Het ijs is relatief dun, variërend van een 15 tal cm tot een laagje van enkel centimeters. Hard slaan met de Quarks is dan ook niet aan te bevelen. Toch mep ik een keertje te hard. Spijtig voor mijn punt, die nu iets krommer is dan gemiddeld... Ach ja, een half uurtje vijlen savonds lost dat wel weer op. Op kousenvoeten, met crampons welteverstaan, baan ik me een weg naar boven. Op een dertigtal meter eindigt het ijs en begint een overhangende brokkelrots. Niet echt zin om daar door de drytoolen. Ik schreeuw het eventjes uit van euforie: 'een ijsval in België, fantastisch', en laat me terug zakken. Nadien herhaalt Vincent de route en beide zijn we eventjes suf en gelukkig. Schoonheid kan in kleine dingen zitten. Voldaan rijden we terug richting Leuven, en ja in de regen, wat waarschijnlijk het einde van onze Yeti betekent.








woensdag 16 januari 2019

Aan de oevers van de Gard: Russan en Seynes

 "Je moet uw klimfrustraties kanaliseren in positieve energie" zei de wijze klimgoeroe Pieter Neutens tegen mij na een gefaalde a vue poging in de knappe lijn La Belle Rouge, 7a. Dus vol gekanaliseerde energie trekken we naar de hoofdwand van Seynes: Nouveau Monde. Het is al dag drie. Tim De Maziere en zijn drone hebben zich ondertussen bij ons gevoegd. Ik waag een vlugge poging in Vipere, 7b, maar van die gekanaliseerde energie voel ik niet veel. Al snel vlieg is samen met drone enkele meters door de lucht. Van al dat goeroegezever moet je het hebben... Hoe de f*ck kanaliseer je iets? Het levert wel mooie foto's op:
https://27crags.com/crags/seynes


Het was niet allemaal kommer en kwel, maar een fantastische driedaagse klimtrip in hartje winter. Beide massieven, Russan en Seynes, bevinden zich vlakbij Nimes en vormen een ideale winterbestemming. Bij 10 graden en volle zon gaan de t-shirts al snel uit en worden de kilo's magnesium verzwolgen. Onze uitvalsbasis bevond zich op wandelafstand van het massief (45 minuten te voet wel te verstaan) in het dorpje van Russan. De accommodatie was meer dan top. We verbleven in de prachtige Gite de Figourieres. Een echte droomlocatie voor weinig geld, en nee ik heb daar geen aandelen.
http://www.gitesainteanastasie.com/

Het klimmassief van Russan is gelegen in een prachtig decor nabij de kronkelde rivier de Gard. Al moesten we de militaire oefeningen en everzwijnenjacht er wel bijnemen. Zo moet klimmen in Bagdad dus aanvoelen. De lokale klimmers verzekerden ons echter wel dat ze niet echt op klimmers schieten. De routes in Russan zijn gevarieerd, gaande van tuffafun in de sector Maelstrom, tot vingerraspende 'goutte d'eau' routes in de sector Soleil Noir. De graderingen zijn aan de stevige kant, dus verwacht soms wat kletsen op de poep. Zelf waag ik me aan de uberklassieker Macumba 7c(+). De route klimt als een droom met een opeenstapeling van harde en verzurende passen in continue overhang. Een routebouwer kan geen betere route zetten, toplijn! Spijtig kan ik de tick nog niet mee naar huis nemen, want na drie pogingen explodeerde mijn voorarmen zowat. Verdere aanraders zijn: Soleil Noir 7a en Decadence 7a+. Beide routes hebben me toch ook al stevig doen zweten en het was niet enkel van de warmte. En zoals gewoonlijk een filmpje om jullie warm te maken: https://www.eb-escalade.com/seb-bouin-yeux-plus-gros-lantre-9a-russan/

Seynes bevindt zich een een klein half uurtje rijden vanuit de Gite. De wand is iets overzichtelijker dan in Russan en de routes zijn gemiddeld wat langer en iets homogener van moeilijkheidsgraad. De drie grootste sectoren van Seynes zijn van links naar rechts:
Rouge Gorge: De enige echte roze wand, sexy! Hier vind je voornamelijk technische pareltjes op kleine greepjes. La Belle Rouge 7a is hier een niet te missen lijn die de nodige concentratie vergt.
José: Waar een hele waaier aan stijlen je op de proef stelt. De wand is voornamelijk recht tot licht overhangend met de sporadische tuffa om afwisseling te garanderen. De routes zijn zeer homogeen van aard, maar een beetje denkwerk en uithouding zijn vereist. De aanraders: Pornography 6c, Degueulante 6c, Krakow 7a en waarschijnlijk elke andere lijn.
Nouveau Monde: Het Mekka der Mekkas voor de hedendaagse klimmer met een uithouding van hier tot in Tokyo. De wand is bezaaid met tuffa's en colonetten (eigenlijk is dat tweemaal hetzelfde, maar het klinkt goed) en hangt stevig over. Iedere route hier is een pareltje, dus ontdek zelf wat je aanspreekt. De meeste routes situeren zich rond de 7c, al zijn er voldoende uitschieters naar beide zijdes van het spectrum (6c tot 8c).

Ook de lokale gastronomie in Seynes is niet te missen! Het enige restaurant in Seynes 'La Farigoulette' heeft de typische charme van de Provence. Een stevige driegangenmaaltijd bij het gezellige haardvuur voor maar €20, en ook hier heb ik geen aandelen. Goed om de reserves aan te vullen na een knaldag. Spijtig genoeg zit onze knalvakantie met een dik handvol zevende graads routes en een handvol projecten er weer op. Geen buitengewone prestaties geleverd, maar weer heel wat fanatische lijnen kunnen uitproberen in een zalig zonnetje! See you next time Seynes and Russan, à l'année prochain!


             

vrijdag 23 november 2018

Colos in Seynes en sneeuwploeteren in Cormot

Het is 16u in Leuven. De plannen voor een driedaags tripje Presles samen met Jan zijn gemaakt. Een laatste blik op het weerbericht doet onze plannen letterlijk in het water vallen. Naar waar dan? Met die vraag zaten we om 22u nog toen we Dijon al voorbijreden. Blijven gaan richting het zuiden! Toen ik om 2u snacht wakker werd in de wagen zaten we in Seynes, diep in de Languedoc. Last minute geniale ingeving van Jan!

Na een frisse en korte nacht vol ravemuziek ontwaken we in een stralend zonnetje. Ps: blijkbaar zijn die 'blokkades in Frankrijk' een uitvlucht om een stevig feestje te doen. De wanden van Seynes zijn een ware streling voor het oog. Mooie steile compacte kalk, bezaaid met colonetten en regletten. Hehe dat rijmt. Het spelletje dit tripje was duidelijk: a vue of niks. De linker sector, José, herbergt een pak routes tussen 6c en 7b. Ideaal speelgoed dus voor een dagje. Bijna alle routes zijn zeer continu van niveau en ware parels in het niveau. Krakow 7a en Degueulante 6c zijn absolute aanraders.

De tweede dag wagen we ons aan de befaamde sector Nouveau Monde: het 'colo'paradijs! Het niveau is hier een pak steviger en concentreert zich voornamelijk tussen 7b en 8a. De eyecatcher hier is de mythische route Dinosaure 8a+. Dat is nog 'gene spek voor mijne bek', maar dat komt hopelijk nog wel. Om jullie even te laten meegenieten: https://www.grimper.com/video-mike-fuselier-dos-dinosaure-seynes-esthetique-mythique
In de meer bescheiden niveau's weet ik dan toch 'Au nom du père, 7a' a vue binnen te tikken. Knappe continue lijn tussen al het groot geweld.

De derde dag geven ze niet echt geweldig weer, lees sneeuw en vriestemperaturen. We besluiten dan naar Cormot, nabij Dijon, te rijden. Na enkele uren vertraging, toch de autosnelweg opgeraakt. Merci Maillots Jaunes, en keep on raving. We krijgen waar we niet om gevraagd hebben, sneeuw... Ik moet zeggen, het had wel iets mooi om Jan diedres te zien klimmen in de sneeuw. Bijna kunstzinnig zelfs. Ik klim wat lengtes na, tot we besluiten dat er net iets iets teveel ijs en sneeuw op de wand ligt om nog verder te doen. Cormot is zeker eens leuk om te stoppen op de terugweg vanuit het zuiden. Verticale dolomietensfeer met lengtes tot een 40-tal meters. Fijn, maar vermoeiend tripje. Merci Jan voor het zotte idee.




Info Seynes:
https://www.ukclimbing.com/logbook/crag.php?id=2057

https://www.grimper.com/site-escalade-seynes

Info Cormot:
https://www.grimper.com/site-escalade-cormot